Westmalle

In onze serie biersoorten is het de beurt aan het abdijbier Westmalle. De abdij van Westmalle behoort tot de Orde van de Cisterciënzers, die gesticht werd in de twaalfde eeuw. Deze orde wordt kortweg en gemakshalve 'de trappisten' genoemd, naar de Normandische abdij La Trappe. Van daaruit verspreidde zich sinds de zeventiende eeuw een hervorming van de Cisterciënzerorde. De abdij van Westmalle, gesticht in 1794, is bij ons echter vooral bekend als 'abdij van de trappisten van Westmalle'. Het aan Sint Benedictus toegeschreven devies "ora et labora" (bid en werk) was ook aan de monniken van Westmalle besteed. Om in hun eigen levensbehoeften te voorzien ging men o.a. ambachtelijk abdijbier brouwen. Vanaf 22 april 1836 wordt het klooster verheven tot trappistenabdij. Vanaf die datum mochten de monniken de volksdrank van de streek drinken bij hun maaltijd. Zo komt het dat de abt Martinus Dom datzelfde jaar start met de bouw van een kleine brouwerij. Op 10 december 1836 serveren ze voor het eerst zelf gebrouwen trappistenbier bij het middagmaal. Jarenlang brouwt de abdij alleen voor eigen gebruik. Pas vanaf 1856 verkopen de monniken af en toe het bier aan de poort. Jaar na jaar neemt de vraag toe, zodat de brouwerij in 1865 én 1897 moet uitbreiden.
In 1921 beslissen de monniken hun bier te verkopen via de bierhandelaren, waardoor de verkoop stijgt. Begin jaren '30 nemen ze ook een nieuwe brouwzaal, gistkamer en atelier in gebruik. Enkele gebouwen van de huidige brouwerij dateren nog uit die periode. Recente voorbeelden van het streven naar steeds betere kwaliteit, zijn de nieuwe bottelarij en de onlangs verbouwde rijpkelder. Al 170 jaar kiest de brouwerij voor alleen zuivere ingrediënten in haar bieren. Er worden bij de brouwerij van Westmalle drie soorten bieren gebrouwen. Dat zijn Westmalle Dubbel, Westmalle Tripel en Westmalle Extra. Bij Café Salden schenken we alleen de eerste twee soorten. Dit komt door het feit dat de Westmalle Extra twee keer per jaar alleen voor eigen gebruik wordt gebrouwen.De Westmalle Tripel is een heel groot bier dat zijn gelijke niet vindt. Het combineert een zeer aromatische fruitigheid met een volle romig zachte smaak en een aangenaam bitter. Na drie maanden is het fruit nog zeer overweldigend, na zes maanden zijn de fruitige esters al wat getemperd en komt het hopbitter naar boven. Na een jaar vindt het een perfect evenwicht tussen fruit en bitter. Ook staat dit bier bekend om zijn eetlustopwekkend karakter. Eén naam, twee bieren, zo kan de Westmalle Dubbel het best omschreven worden. Het bier wordt immers zowel op het vat als op de fles afgevuld. Beide bieren kleuren roodachtig diepbruin en worden bekroond met een overvloedige en eerder gelige dan witte schuimkraag. Vanaf de geur manifesteren zich echter de verschillen. Zo wordt de geur van flessenbier gekenmerkt door esters en fruitigheid met vooral toetsen van rijpe banaan, terwijl het vatenbier minder fruitig overkomt. waardoor het koffieachtige van de donkere mouten beter tot uiting komt. Zelfs een lichte anijsgeur is waarneembaar. Het flessenbier is verrassend droog, wat het vlot drinkbaar maakt, terwijl de tapversie van de robuuste, vlotte en rijke smaak van karamel- en geroosterde mout. De afdronk van het flessenbier is eerder droog, fruitig en licht bitter, terwijl de getapte dubbel een kortere en zoetere indruk maakt. Interessant is nog te melden dat er binnen de abdijmuren van Westmalle niet alleen bier gebrouwen wordt. Er is ook een echte kaasmakerij te vinden. De productie van deze trappistenkaas blijft echter beperkt tot wat verkopen aan de poort van de abdij of in het nabijgelegen "Café Trappisten". Tot slot nog dit: Een trappistenbier is iets anders dan een abdijbier. Want van alle bieren ter wereld mogen er maar zes de naam 'trappist' dragen. Deze bieren zijn te herkennen aan het "Authentic Trappist Product"-logo. De zes bieren zijn: Achel - Chimay - Orval - Rochefort - Westvleteren en Westmalle.

In onze serie biersoorten is het de beurt aan het abdijbier Westmalle. De abdij van Westmalle behoort tot de Orde van de Cisterciënzers, die gesticht werd in de twaalfde eeuw. Deze orde wordt kortweg en gemakshalve 'de trappisten' genoemd, naar de Normandische abdij La Trappe. Van daaruit verspreidde zich sinds de zeventiende eeuw een hervorming van de Cisterciënzerorde. De abdij van Westmalle, gesticht in 1794, is bij ons echter vooral bekend als 'abdij van de trappisten van Westmalle'. Het aan Sint Benedictus toegeschreven devies "ora et labora" (bid en werk) was ook aan de monniken van Westmalle besteed. Om in hun eigen levensbehoeften te voorzien ging men o.a. ambachtelijk abdijbier brouwen. Vanaf 22 april 1836 wordt het klooster verheven tot trappistenabdij. Vanaf die datum mochten de monniken de volksdrank van de streek drinken bij hun maaltijd. Zo komt het dat de abt Martinus Dom datzelfde jaar start met de bouw van een kleine brouwerij. Op 10 december 1836 serveren ze voor het eerst zelf gebrouwen trappistenbier bij het middagmaal. Jarenlang brouwt de abdij alleen voor eigen gebruik. Pas vanaf 1856 verkopen de monniken af en toe het bier aan de poort. Jaar na jaar neemt de vraag toe, zodat de brouwerij in 1865 én 1897 moet uitbreiden.
In 1921 beslissen de monniken hun bier te verkopen via de bierhandelaren, waardoor de verkoop stijgt. Begin jaren '30 nemen ze ook een nieuwe brouwzaal, gistkamer en atelier in gebruik. Enkele gebouwen van de huidige brouwerij dateren nog uit die periode. Recente voorbeelden van het streven naar steeds betere kwaliteit, zijn de nieuwe bottelarij en de onlangs verbouwde rijpkelder. Al 170 jaar kiest de brouwerij voor alleen zuivere ingrediënten in haar bieren. Er worden bij de brouwerij van Westmalle drie soorten bieren gebrouwen. Dat zijn Westmalle Dubbel, Westmalle Tripel en Westmalle Extra. Bij Café Salden schenken we alleen de eerste twee soorten. Dit komt door het feit dat de Westmalle Extra twee keer per jaar alleen voor eigen gebruik wordt gebrouwen.De Westmalle Tripel is een heel groot bier dat zijn gelijke niet vindt. Het combineert een zeer aromatische fruitigheid met een volle romig zachte smaak en een aangenaam bitter. Na drie maanden is het fruit nog zeer overweldigend, na zes maanden zijn de fruitige esters al wat getemperd en komt het hopbitter naar boven. Na een jaar vindt het een perfect evenwicht tussen fruit en bitter. Ook staat dit bier bekend om zijn eetlustopwekkend karakter. Eén naam, twee bieren, zo kan de Westmalle Dubbel het best omschreven worden. Het bier wordt immers zowel op het vat als op de fles afgevuld. Beide bieren kleuren roodachtig diepbruin en worden bekroond met een overvloedige en eerder gelige dan witte schuimkraag. Vanaf de geur manifesteren zich echter de verschillen. Zo wordt de geur van flessenbier gekenmerkt door esters en fruitigheid met vooral toetsen van rijpe banaan, terwijl het vatenbier minder fruitig overkomt. waardoor het koffieachtige van de donkere mouten beter tot uiting komt. Zelfs een lichte anijsgeur is waarneembaar. Het flessenbier is verrassend droog, wat het vlot drinkbaar maakt, terwijl de tapversie van de robuuste, vlotte en rijke smaak van karamel- en geroosterde mout. De afdronk van het flessenbier is eerder droog, fruitig en licht bitter, terwijl de getapte dubbel een kortere en zoetere indruk maakt. Interessant is nog te melden dat er binnen de abdijmuren van Westmalle niet alleen bier gebrouwen wordt. Er is ook een echte kaasmakerij te vinden. De productie van deze trappistenkaas blijft echter beperkt tot wat verkopen aan de poort van de abdij of in het nabijgelegen "Café Trappisten". Tot slot nog dit: Een trappistenbier is iets anders dan een abdijbier. Want van alle bieren ter wereld mogen er maar zes de naam 'trappist' dragen. Deze bieren zijn te herkennen aan het "Authentic Trappist Product"-logo. De zes bieren zijn: Achel - Chimay - Orval - Rochefort - Westvleteren en Westmalle.

Geef een reactie